1. Wat moet de naam doen?
Een beschrijvende naam zegt meteen wat je doet, maar lijkt vaak op die van anderen. Een fantasienaam valt meer op, maar moet je uitleggen. Je eigen naam voelt persoonlijk, maar maakt je bedrijf later moeilijker over te dragen. Kies bewust, en kijk vooral waar je over vijf jaar wilt staan.
2. Kun je hem uitspreken en spellen?
Doe de telefoontest: zeg de naam hardop tegen een kennis en laat hem die opschrijven. Gaat het mis, dan gaat het straks ook mis in zoekmachines en e-mailadressen.
3. Is de naam vrij als handelsnaam?
Zoek in het Handelsregister van de KvK. Een handelsnaam mag niet zo lijken op die van een bestaand bedrijf dat mensen ze door elkaar halen, zeker niet in dezelfde branche of regio.
4. Is er al een merk met die naam?
Een handelsnaam is iets anders dan een merk. Zoek ook in het merkenregister van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Wil je je naam beschermen, dan kun je hem daar zelf als merk laten registreren.
5. Is de domeinnaam vrij?
Controleer of de .nl-domeinnaam beschikbaar is, en of je dezelfde naam kunt gebruiken op LinkedIn en andere kanalen. Een naam die overal net anders gespeld moet worden, kost je bezoekers.
6. Is de naam niet te smal?
Een naam met één dienst of één plaats erin kan later knellen. Kies een naam waarin je kunt groeien.
7. Past hij bij je klanten?
Een naam die jij grappig of slim vindt, moet ook werken voor de mensen die je wilt bereiken. Leg twee of drie opties voor aan mensen uit je doelgroep, en kijk welke ze onthouden.
Twijfel je tussen een paar namen? In het Startpakket kiezen we je naam samen en controleren we domein, handelsnaam en merkenregister.
Vraag een gratis koerscheck →